Het Inca-periode was gekenmerkt door een sterke economie, politiek en cultureel erfgoed in wat nu Peru is. De Incabouw werd beschreven als het ‘land van het goud’, waar zilver- en kopermijnen opgeblazen werden met behulp van explosieven en de rijken hun fortuin vergaarden door handel, mijnbouw en landbouw te exploiteren. De armen echter leefden in extreme armoede.
Geschiedenis
De Incabouw kwam tot bloei ongeveer tussen 1200-1532, toen ze onder de heerschappij registreer je op care-quest.nl van keizer Pachacuti, Sapa Inca I en andere zonen verder uitbreidden. Ze ontdekten nieuwe steden, bouwden tempels, beelden en wegen, verkochten slaven en voedsel voor een geweldig gedeelte aan de meeste bewoners van hun territorium.
Het land bestond niet in de vorm van een heerlijkheid of rijk; het was eerder een systeem dat georganiseerd werd door de keizer, Pachacuti. De economie was gebaseerd op handel met andere naties, de productie en verkoop van textiel, leiderschap in mijnbouw-activiteiten voor zilver en goud om tot het «land van het goud» te worden.
Mijnbouw
Mijnwerkers werkten bijna 24 uur per dag. Deze uitgebreide stijl van ondergrondse mineringsresulteert in de bouw van een onvoorstelbare hoeveelheid infrastructuur, waaronder tunnels en duinen die door het land voeren.
De mineraalvoorraad van het rijk was enorm. Elk goud- of zilverbloemkool, elke slak in zijn glanzend oppervlak getuigde ervan dat de Incas een tijdperk van overvloed leefden toen hun bouwsels verspreid werden over ongeveer 3 miljoen km2 grondgebied.
Ondersteuning en beleid
Incas hebben duidelijk geleerd van hun veldslagen. In plaats daarvan begonnen ze erop te letten dat alle bevolkingsgroepen goed georganiseerd waren, aangedreven door een zin voor solidariteit die bovendien werd ingevoegd in de economische politiek.
Met de nodige productieve capaciteiten was het niet moeilijk om de handel met buitenlanders te exploiteren en vanwege hun uitstekende overdrachtsproblemen werden de stammen onderworpen. De rijke bevolkingsgroepen waren voor het Incarijk geen bedreiging, maar veeleisend geworden.
Vervallen
Ergens in de jaren 1532-1560 veranderde alles. Met de komst van de Spaanse conquistadores werden vele Indische handelshuizen en kwaliteiten vernietigd om alle Europese goederen te introduceren, die onmisbaar waren voor het gewapende conflict.
Veertien jaren na de introductie veranderde alles in Perua. Het was niet meer mogelijk voor hen om hun productiemiddelen, landbouw en handelsstraten tot een hoge mate van efficiëntie te brengen, nu ze hun voornaamste middel kwijt waren.